Afscheidsrede Tijdens een tweedaags internationaal symposium dat op maandag 28 en dinsdag 29 april 2008 in Groningen zal worden gehouden — met daarbij als centraal thema de vraag naar het belang van de Dode Zeerollen voor het onderzoek naar de vorming van de canon van de Bijbel — zalRuG-professor Florentino García Martínez zijn afscheidsrede over dit onderwerp houden:Rethinking the Bible: Sixty Years of Dead Sea Scroll Research and Beyond. Dat gebeurt op de tweede dag van het symposium, dinsdag 29 april om 17:00 uur in de Aula van de Rijksuniversiteit Groningen. Belangstellenden zijn hierbij welkom.
Symposium Ter gelegenheid van het afscheid dat professor García van de Rijksuniversiteit Groningen neemt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd — niet alleen als hoogleraar van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap, doch tevens als directeur van het Groningen Qumran Instituut — heeft de RuG dat symposiumThe Authoritativeness of Scriptures in Ancient Judaism: The Contribution of the Dead Sea Scrolls and Related Literature, georganiseerd. Uit alle delen van de wereld komen geleerden bijeen om zich in Groningen nogmaals te buigen over de betekenis van de Dode Zeerollen voor de Hebreeuwse Bijbel.
Qumran Instituut Het Qumran Instituut is uniek in Nederland. Het werd in 1961 opgericht door professor Adam van der Woude; later werd het geleid door professor García Martínez, die aanstaande dinsdag zijn carrière als hoogleraar te Groningen zal beëindigen. Doordat dit instituut het enige centrum voor epertise aangaande de vondsten van Qumran — en derhalve op het gebied van het vroege Jodendom — is, geniet het internationaal hoog aanzien. Het instituut verzorgt de redactie van toonaangevende wetenschappelijke publicaties in tijdschriften, alsook in series. Tevens wordt hier de website voor de International Organization for Qumran Studies onderhouden.
Aangezien wij in ons veelzijdige werk tussen alle zuiver culturele kwesties steeds vaker puur wetenschappelijke thema's tegenkomen, die vanzelfsprekend onderdeel van onze cultuur uitmaken, doch weer op een geheel andere manier dan alle vormen van kunst, hebben we besloten met ingang van heden voor al dergelijke fenomen een separate plaats in te ruimen: op deze nieuwe afsplitsing van onze moedersite Cultuurtempel. Deze themasite wijkt in opmaak af van alle andere. Ons Brein Aanstaande woensdag 23 april des namiddags tussen 15:00 uur en 16:30 uur geeft Bert Otten — hoogleraar Neuromechnica en Prothesiologie van het huidige Universitair Medisch Centrum Groningen, en in het bijzonder van de afdeling Bewegingswetenschappen — een lezing over wezen, waarde en functie van het menselijk brein. Eén en ander in het kader van de reeks The State of the art. De lezing zal worden gehouden in het pand De Appel van de Pedagogische Academie, gevestigd Zernikeplein 7 op het terrein van de Rijksuniversiteit en de Hanzehogeschool Groningen, een complex dat tegenwoordig met de onzes inziens onjuiste betiteling campus wordt bedacht. De toegang is gratis, en dat is voor vele geïnteresseerden weer mooi meegenomen.
Onderzoek Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse taal geeft voor brein onder meer de volgende definities: "hersens als orgaan", maar die betekenis raakt meer en meer in onbruik; "hersens als zetel van het verstand" daarentegen is heden ten dage de meest gangbare betekenis van het lemma. Hoewel ons brein met een omvang van minder dan anderhalve liter nauwelijks meer dan een goede slok op de beste borrel van ons eigen lichaam scheelt, beschikt het over mogelijkheden die we nauwelijks kunnen bevatten, ook met dat nuchtere brein niet. De beide laatste decennia is er zeer veel nieuws omtrent feiten en fictie, alsmede over waarheden en de werking van ons brein, aan het licht gekomen, zo ook dat het een zinloze aangelegenheid is om brein en lichaam los van elkaar te zien. In de lezing, die professor doctor Bert Otten aanstaande woensdagmiddag zal houden, staat de correlatie tussen brein en lichaam centraal, en zal de wetenschapper nader ingegaan op het brein en onze bewegingen. ____________ Afbeeldingen 1. Bert Otten laat hier, reeds als negenjarige in de weer met een microscoop, zien dat met de fascinatie voor optica en voor het leven, en zeker als die interessegebieden worden gecombineerd, de basis voor een latere beroepskeuze wel degelijk kan worden gevestigd. 2. Brein. Afbeelding van VPRO's wetenschapsprogramma Noorderlicht.
Inzinking Zelfs het meest robuuste en standvastige lid van een vereniging overkomt het wel eens dat, net voor de gewenste samenkomst — nog buiten dan wel in de voorhof van het heiligdom —, zijn krachten het begeven en een andere dan de beoogde overgave een feit wordt. Aangezien zo menig lid de mening is toegedaan dat die adeldom, waartoe edele delen zich niet zelden verplicht voelen, op de tocht is komen te staan en een langere inzinking het gevolg zou kunnen zijn, bestaan er allerlei opbeurende woorden en wenken, al dan niet in de vorm van tot daden aansporende therapieën. Dat die ondersteunende sessies niet als uiteindelijk doel hoeven te hebben de primaire representatie van de klassieke Fallos heel direct in ere te herstellen, doch dat hiertoe eveneens mogelijkheden bestaan langs de talrijke compensatoire, doch zeker niet minder aantrekkelijke, omwegen welke uitingen van kunst en cultuur — zowel actief alsook passief — in petto kunnen hebben, leidt dikwijls tot herstel van de potentiële manco's, die aan een eventueel conglomeraat van onvermogens ten grondslag liggen, welke op hun beurt niet zelden de oorsprong vinden in een culminatie van ongenoegens op het maatschappelijke vlak in het algemeen of specifiek door disharmonie in de relationele sfeer.
Herstel
Boos worden wil nog wel eens helpen, aangezien er dan energieën (kunnen) vrijkomen welke in hoge mate waren geblokkeerd, maar tegelijkertijd juist zo dringend benodigd zijn in het proces van zulk functioneren ten faveure van het eigen wezen, van de directe omgeving en vervolgens in de vorm van het uitvloeisel dat zijn weg moet vinden in de stroom van het sociale geheel. Een extra waarschuwing is op zijn plaats: immers, de fallos is niet alleen het symbool van vruchtbaarheid, en soms bescherming, doch tevens van agressie. [1] Kort en goed, dat boos worden mag slechts in de juiste context en via de daarvoor geschikte uitingen om zo ervoor te zorgen dat dit de gewenste, ja vereiste, constructieve gevolgen heeft, en niet verzandt in destructie. Herstel van de persoonlijke potentie — en daarmee indirect die van de maatschappelijke uitwisseling met anderen — is derhalve van enorm belang, en al degenen, die lijden aan een vorm van in de eerste alinea omschreven falende fallos kunnen zich maar het beste wenden tot één dergenen die in overdrachtelijke zin beschikken over de juiste recepten voor het samenstellen van een werkzaam zangzaad voor diegenen die de lust tot zingen is vergaan. Dat men zulk een fenomeen niet mag onderschatten, wist reeds de Duitse dichter Heinrich Heine (1797-1856), die de nu nog altijd veel gebruikte regel aan het papier heeft toevertrouwd: Böse Menschen haben keine Lieder.
Mels van Driel Dat het niet (meer) kunnen zingen niet alleen maar algemeen-maatschappelijke, doch dikwijls (daarnevens) psychische, oorzaken heeft, en niet zelden zijn oorsprong vindt in simpelweg fysieke disfunctie(s), dan wel een samengaan van diverse aspecten van onwelzijn, die zich in het individu en zijn stofkleed hebben genesteld, waardoor de verschillende elementen elkaar dikwijls beïnvloeden (lees: zeer versterken) ten detrimente van het o zo noodzakelijke welbehagen, — daarover kan de uroloog en seksuoloog Mels van Driel van het Universitair Medisch Centrum Groningen u en ons gedetailleerde informatie verschaffen. En niet alleen theoretisch gesproken, maar ook heel praktisch: uiteraard tijdens een spreekuur, maar eveneens gedurende een als lezing aangekondigd optreden op 21 april aanstaande, des namiddags om 16:30 uur in het klassieke Academiegebouw van de Rijksuniversiteit, gevestigd Broerstraat 5, recht tegenover de met dat fraaie gebouw zo intens vloekende Universiteitsbibliotheek. Dan vindt u het wel.
Boekpublicatie Over het wel en wee van al datgene waarmee deze geleerde in zijn beroepsleven zoal werd geconfronteerd, en niet te vergeten de associaties die hij in de dagelijkse praktijk in kunst en cultuur is tegengekomen, heeft Mels van Driel een boek geschreven dat begin dit jaar is uitgekomen, en waarover we toen op onze moedersite Cultuurtempel in drie afleveringen hebben bericht: op donderdag 17 januari, vervolgens op zaterdag 19 januari en tenslotte op zondag 10 februari. Onmiddellijk na verschijnen ervan werd er zeer hijgerig en nerveus-lacherig gedaan over dit boek, dat zelfs bij menig scribent op onbegrip stiet, om maar te zwijgen van een al te volstrekt op het Lid gefixeerde interviewer, die daar flink aan te kauwen had daar dat geheel hem duidelijk in het verkeerde keelgat zat, die desondanks niet in staat bleek verder te kijken dan de zelf opgezette oogkleppen hem toestonden. Eventuele oplossingen daarvoor zijn te vinden in een andere discipline dan die der seksuoloog. Het toont echter overduidelijk dat het gegeven seksualiteit en de daarbij behorende lichaamsdelen nog steeds gaan gebukt onder een calvinistisch taboe dat zelfs menig niet calvinist in de greep houdt: verborgen fascinatie, doch openlijke angst. Dat laatste fenomeen speelt echter de hoofdrol bij kwaaltjes, die men liever niet op het klokkenspel of de vruchtbaarheidskelk betrokken wil zien. Dat Mels van Driel het thema niet al te zwaarwichtig zal aanpakken, verwachten wij zeker, aangezien hij in een televisie-interview de humor hoog wist te houden en zijn boek eveneens een getuigenis aflegt van een positief mensbeeld en een constructieve benadering van al wat hij als specialist op zijn weg vindt.
[1] De Fallos (fallus) is het symbool, alles wat daarop lijkt is de representatie van dat symbool: kerktoren, potlood, pen, penseel (de laatste woorden hebben zelfs etymolgische verwantschap met Penis) en zo voort. Maar het vaak gebruikte begrip fallus-symbool is een taalkundige onjuistheid: een pleonasme. ____________ Afbeeldingen 1. Afbeeldig op een Attische kelk-krater van ongeveer 475 vóór onze jaartelling. Hermes-zuil met kroon, staf beker en fallos. De figuur links (voor ons) van Hermes is een satyr, rechts zien we een bacchante. Deze afbeelding siert de acherzijde van het boek Phallus van de Noorse schrijver Thorkil Vanggaard. (Nederlandse editie in de Floret-reeks van de Arbeiderspers, verschenen in 1971.) 2. Uroloog, seksuoloog en auteur Mels van Driel. 3. Voorplat van het onlangs verschenen boek van deze auteur.
Heinz Wallisch (*Groningen, 1945) is muziek- en literatuurcriticus, taalredacteur, lector en lexicograaf. Vanaf zijn vijftiende jaar doorliep hij, naast zijn school- en studietijd, alle disciplines van het boeken- en uitgeversvak. Begin jaren zeventig was hij in diverse landen werkzaam voor de uitgeverij van de Europese Commissie. Aan tal van dag-, week-, maand- en vakbladen in binnen- en buitenland heeft hij bijdragen geleverd. Enkele jaren geleden liet hij zich verleiden tot elektronisch publiceren, en sedertdien verschijnen zijn artikelen, commentaren, recensies en beschouwingen op zo'n vijftig verschillende cultuurwebsites — die praktisch alle van hemzelf zijn — in Nederland, België, het Duitse taalgebied, op één Franstalige, en op enkele internationale, Engelstalige.
Publicaties in boekvorm:
Gavarni: 32 tekeningen uit de Mascarade humaine, Groningen 1966; 125 Jaar Symfonieorkest in Groningen, Groningen 1987;
Geïllustreerde Muziekinstrumenten Encyclopedie (samen met Bert Oling), Lisse 2003. Sedertdien is dat boek in diverse Oost- en Zuid-Europese landen uitgebracht. In de VS en Groot-Brittannië haalde het zeer hoge oplagen.